Er valt niet tegenop te schieten, de explosieve groei van het aantal wilde zwijnen op de Veluwe.’ Zie hier het geluid van de jagerslobby. Een lobby die ook maar wat graag wijst op de toename van het aantal aanrijdingen met wild, maar eens en vooral wordt gedreven door een niet aflatende drang om wilde dieren dood te schieten. Om deze onsmakelijke lust te bevredigen, zijn ze zelfs bereid dik geld neer te leggen. Een lust die echter haaks staat op het feit dat wilde zwijnen juist ook heel veel goeds doen. Ze woelen de grond om en brengen zaden over waardoor planten kunnen kiemen. Daarnaast wordt het ecotoerisme op de Veluwe steeds populairder. Juist ook dankzij het prachtige wilde zwijn.

Draagkracht versus maatschappelijk draagvlak

Het is kortom de hoogste tijd om eens goed te kijken naar het beleid. Want hoe wordt er exact geteld? Is er daadwerkelijk sprake van overlast? Wat zijn de maatschappelijke belangen? En moeten we niet ook gewoon ons rijgedrag aanpassen om zo aanrijdingen met wild te voorkomen? Bovendien, wanneer we goed luisteren naar ecologen dan horen we meer dan eens dat er wat betreft draagkracht van de omgeving ‘absoluut niet teveel wilde zwijnen zijn’. Het probleem zit hem in het maatschappelijke draagvlak! Op dat laatste terrein verliest het prachtige wilde zwijn het helaas niet zelden van de draagkracht. Immorele lobbyisten die namens boeren en jagers acteren zijn nu eenmaal veel machtiger dan mensen met gezond verstand en compassie in hun donder.

Barbaars

Want, zeggen de jagers bij monde van Laurens Hoedemaker: ‘De enige oplossing is afschieten’. En, voegt deze “meneer” daar steeds vaker aan toe: ‘Niet meer alleen in een hutje wachten tot er een zwijn langskomt, maar de zwijnen in beweging brengen, naar de jagers toe.’ Deze Hoedemaker pleit kortom voor een terugkeer van de barbaarse en bij wet verboden drukjacht. ‘Want’, zegt hij, ‘dat is veel effectiever.’

Het zaaien van dood en verderf

Ik hoor dit soort geluiden met woede, verdriet en ontsteltenis aan . Altijd maar weer grijpen naar het geweer. Het zaaien van dood, verderf, uitroeiing, angst, pijn en verdriet in plaats van te kijken naar fatsoenlijke én echte oplossingen. Zo schreef ik al eens een artikel over een dynamisch wildwaarschuwingssysteem, ProWild genaamd. Met dit systeem worden ongevallen met wilde dieren voorkomen. Een van de mannen achter dit systeem vertelt in dit verhaal ‘dat het onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is er alles aan te doen aanrijdingen met wild te voorkomen.’

Simpele werking

De werking van ProWild is feitelijk heel simpel. Het wild wordt door middel van rasters naar één wildsluis geleid waar ze de weg kunnen oversteken. In deze wildsluis, waarvan de lengte kan variëren van vijftig meter tot enkele kilometers, wordt het wild door middel van infrarood of laser gedetecteerd, waarna LED-matrixborden worden geactiveerd. Daardoor weten weggebruikers dat ze hun snelheid moeten verlagen naar vijftig kilometer per uur.

Waarom niet overal?

Dat ProWild werkt, bewijzen de cijfers. In Diepenheim, een zogenaamde hotspot waar in het verleden zeer veel aanrijdingen met wild plaatsvonden, wordt ProWild inmiddels ruim vijf jaar gebruikt. In die periode kwamen nog slechts twee reeën om het leven. Dat gebeurde na een kabelbreuk als gevolg van wegwerkzaamheden. Hierdoor trad het systeem even buiten werking. Hoe wrang ook, het vormt hét bewijs dat dit systeem optimaal werkt. De vraag dient zich dan ook aan waarom dit systeem niet bij elke hotspot in Nederland is geïnstalleerd. Het antwoord is simpel: Iedereen in Nederland houdt van de natuur, of zegt van de natuur te houden, maar hoeveel hebben “we” er daadwerkelijk voor over?

Puntje bij paaltje

Met andere woorden: Als puntje bij paaltje komt grijpen beleidsbepalers, aangemoedigd door machtige door geld en korte termijn gedreven lobbyisten, niet zelden naar het geweer. Ook omdat het wilde zwijn, dat in 1826 als gevolg van overbejaging al eens uitstierf in Nederland, één grote pech heeft: het zogenaamd beschaafde dier genaamd “de mens” is dol op het vlees van het wilde zwijn. Het zou sterker smaken dan gewoon varkensvlees en wordt niet zelden gemarineerd gegeten of verwerkt in stoofpotten. Restaurants verdienen daar goed aan.

Zie hier de tragiek van dit zo prachtige wilde dier!

Tekst & Beeld: Remco Stunnenberg